Krachttaal

Actie voeren, hoe zet je jezelf daartoe aan? Eén van de manieren is om krachttaal in plaats van ‘slaptaal’ te gebruiken. Wij mensen gebruiken veel te slappe en demotiverende en zelfvernietigende taal. Dat moet maar eens afgelopen zijn.

Krachttaal is echt heel eenvoudig en bovendien makkelijk aan te leren. Oefen gewoon een week bewust met de vijf onderstaande woordwissels.

  1. en ← maar; “Maar” is zo’n beetje het meest beperkende woord in onze woordenschat. “Maar” is zo algemeen dat het correct klinkt. Echter, het verandert een neutrale uitspraak in een negatieve. Bijvoorbeeld, “Ik wil een stage in Amerika maar ik ben bang om te vliegen.” versus “Ik wil een stage in Amerika en ik ben bang om te vliegen.” De stage en de vliegangst zijn twee losse zaken die je met “maar” ineens met elkaar in verband brengt. “Maar” sluit de gespreksruimte, “en” opent de gespreksruimte. Zodra je de dialoog opent met “en ik ben bang om te vliegen” krijg je ineens ruimte om beide gevallen apart aan te pakken. Grote kans dat je iets verzint om die vliegangst te slechten.
  2. willen ← moeten; “Je moet dan wel eerst de wiskundeklas doen.” klinkt als een verplichting of last die je door iemand anders wordt opgelegd in plaats van iets dat je zelf kiest. Dat schept meteen een conflict in je brein en brengt je op een dwaalspoor. Als je zegt, “Ik wil dan wel eerst de wiskundeklas doen.” dan heb je zelf de keus gemaakt en neem je verantwoordelijkheid op je weg naar je uiteindelijke vak als ingenieur. Je hebt iets om naar uit te kijken in plaats van er tegenop te zien.
  3. wil niet ← kan niet; “Ik kan niet zwemmen.” is zelden waar. Als je dat zegt dwing je in je brein eigenlijk af dat je met geen mogelijkheid kunt zwemmen. Dat is natuurlijk niet waar. Elk mens kan leren zwemmen. Zodra je “kan niet” vervangt door “wil niet” realiseer je je ineens dat niet in staat zijn om te zwemmen een eigen keus is en niet een lichamelijke beperking. “kan niet” betekent hulpeloosheid, “wil niet” betekent keus en  wilskracht.
  4. ik heb/wil graag ← ik ben bang om; “Ik ben bang om…” is zo’n beetje de meest blokkerende uitdrukking die er is. Het erkent de angst, onzekerheid en twijfel in plaats van het verlangen. Zodra je zegt, “Ik ben bang om een loonsverhoging te vragen.” zet je je brein klaar om van alles te verzinnen waardoor het mis kan gaan. “De baas vindt me vast gretig.” “Als ik geen loonsverhoging krijg, betekent dat dan dat ik niet zo goed ben als ik denk?” Als je simpelweg vraagt, “Ik wil graag een loonsverhoging.” erken je je verlangen en verzint je brein plotseling allemaal plezierige gedachten en gevoelens. Kan je eindelijk weer eens lekker op vakantie. Kan je die mooie fiets kopen. Kan je die keuken renoveren. Plezierige gedachten en gevoelens zetten je meestal aan tot acties die je een stap dichter bij je doel brengen.
  5. assisteer ← help; Het woord “help” associeert ons brein vaak met hulpeloosheid. Hulpeloosheid betekent dat iemand niet in staat is om iets te bereiken zonder dat een ander ingrijpt en het voor hem of haar doet. Dus, “Wil je me helpen dit artikel te schrijven?” kan je beter omschrijven naar “Wil je me assisteren dit artikel te schrijven?” of “Wil je me bijstaan dit artikel te schrijven?”. Dan zie je ineens dat je een belangrijk en bekwaam  deel van de oplossing bent en pak jij je verantwoordelijkheid.

Zie krachttaal voor meer informatie.

Vrij naar The Achievement Habit, Bernard Roth.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.